De Complete Gids: Biljartdisciplines, Kroegspelen en Historie
Het biljartspel is door de eeuwen heen uitgegroeid tot een rijke sport met talloze vertakkingen. Wat ooit begon als een middeleeuws buitenspel op gras, is verworden tot een tafelport met een enorme variëteit aan officiële disciplines, ludieke caféspellen en internationale varianten.
1. Officiële Carambole-disciplinesLibre / Vrij spel: De meest fundamentele vorm waarbij geen ingewikkelde restricties gelden; het doel is simpelweg om met jouw speelbal de andere twee ballen te raken. Omdat topspelers in de negentiende eeuw door de série américaine (waarbij de ballen vlak bij de band werden gehouden) hele series van duizenden punten konden maken, zijn er in de hoeken speciale driehoeken getekend. Binnen deze hoek gelden strenge limieten: ligt de tweede carambole ook weer in de driehoek, dan moet minstens één bal het vak verlaten. Partijen varieerden vroeger van duizenden punten, maar worden tegenwoordig afgestemd op de klasse (van 400 voor de top tot 30 punten in de laagste regionen).
Bandstoten: Gelijk aan het libre-spel, met als enige toevoeging dat de speelbal vóór het raken van de derde bal minimaal één keer de band moet hebben geraakt. De hoekrestricties van het libre-spel vervallen hier.
Driebanden: Het summum van tactiek. De speelbal moet minstens drie banden raken voordat de derde bal wordt geraakt. Spelers proberen de controle te behouden over snelheid en loopbaan, of passen een verdedigende carotte toe om de tegenstander moedwillig in een lastige positie te manoeuvreren. Wedstrijden gaan doorgaans over 50 caramboles of in sets van 15 punten.
Anker-kader: Om eindeloze series in te dammen, is het laken opgedeeld in strakke kaders (zoals 47/2, 71/2 of 47/1 op de grote tafel en 38/2 of 57/1 op de kleine tafel). Het getal achter de schuine streep bepaalt hoeveel punten er binnen het kader gemaakt mogen worden voordat een bal moet uitbreken. Bij de banden zorgen speciale ankers voor dezelfde restricties. Termen als entrée (binnengekomen) en dedans (binnen) geven aan wanneer de scheidsrechter ingrijpt. Spelers proberen de ballen aan weerszijden van een lijn te houden (à cheval), vaak geholpen door een subtiele rappel om de positie te herstellen.
Artistiek biljart (Kunststoten): Hierbij worden de ballen op exact voorgeschreven posities op het laken geplaatst. Per figuur heeft een speler drie pogingen om de meest uiteenlopende en extreme stoten uit te voeren, zoals boogballen, sprongen of stoten over maar liefst negen banden. Dit vraagt om speciale zware keu’s en stelt het biljartlaken zwaar op de proef.
5-Ball: Geïntroduceerd in 2014 door de KNBB om de jeugd aan te trekken. Dit spel combineert carambole, pool en darts. Twee spelers proberen met elk een eigen speelbal (wit of geel) door het raken van minstens twee van de vijf gekleurde ballen punten op te tellen. Het unieke element: je start met een oneven getal (zoals 51 of 101) en moet exact op nul zien uit te komen. Overschrijd je dit, of kom je op een onoverbrugbaar restbedrag uit, dan is je beurt ongeldig.
Pentathlon (Vijfkamp): Een competitieve meerkamp waarin spelers hun veelzijdigheid tonen in vijf opeenvolgende disciplines: libre, bandstoten, driebanden, kader 45/2 en kader 71/2.
Mini-Pentathlon: Een variant waarbij de speler vooraf moet aangeven of een carambole direct, via één, twee, drie of een losse band wordt gespeeld, ondersteund door een specifieke handicaptabel.
Tien over rood: Een volksspel waarbij je exact tien punten moet halen, met de vaste regel dat je altijd eerst de rode bal moet raken. Wie mist, valt direct terug naar nul (tenzij je al op zeven of meer punten staat).
Spel met vier ballen: Er wordt een extra rode of blauwe bal toegevoegd. Afhankelijk van welke combinatie je raakt, verdien je punten (van 1 punt voor een gewone bal tot wel 20 punten voor het raken van alle drie de doelballen tegelijk). Wie te veel punten haalt en over het afgesproken doel heenspringt, mist zijn beurt.
Zesballenspel: Een variant waarbij zes ballen in een specifieke formatie worden opgesteld en spelers om beurten proberen met de speelbal minstens twee ballen te raken.
Tien van de gemakkelijke: Een uitdaging waarbij je in één beurt tien caramboles moet maken, waarbij je alle ballen (inclusief de rode) als speelbal mag inzetten om te ontdekken hoe vaak mensen onbewust de moeilijke weg kiezen.
Barakken (Vlotbrug): Een behendigheidsspel waarbij slechts één bal via de korte band naar een schuin opgesteld plankje met genummerde gaten moet worden gespeeld.
De zotte bal: Een plagerijtje waarbij iemands speelbal stiekem wordt vervangen door een verzwaarde bal met een verplaatst zwaartepunt, waardoor deze onvoorspelbare capriolen uithaalt.
Twee ballen & een telefoonboek / dienblad: Een berucht caféspel waarbij een dik telefoonboek of dienblad in het midden van het laken wordt geplaatst. Wie de rode bal mist, moet een muntje op het obstakel deponeren. Soms worden er zelfs twee boeken, een kurk en een dobbelsteen aan toegevoegd voor extra strafrondes.
Schotelbiljart: Een Spaanse variant waarbij een koffieschoteltje in het midden van het laken staat. Wie het schoteltje raakt of mist, betaalt een kleine inleg.
Annonceetje: Vergelijkbaar met mini-pentathlon, waarbij meerdere spelers vooraf luidkeels moeten aankondigen via hoeveel banden ze de carambole gaan maken. Wie zich verspreekt of mist, valt af tot er één verliezer overblijft.
Kistje biljart: Er wordt gespeeld met twee ballen en een houten kistje met openingen in het midden. Wie de rode bal mist of niet door het kistje weet te spelen krijgt strafpunten, tenzij beide ballen in het kistje belanden.
Skibbo: Een spel gebaseerd op een kaartspel, waarbij een getrokken speelkaart exact dicteert hoeveel caramboles een speler of team in één enkele beurt moet zien te maken.
Trekbiljart (Omhoog biljarten): Een Oud-Hollands spel waarbij een biljartbal op twee horizontaal geplaatst keu's ligt. Door de stangen uit elkaar te bewegen, moet de bal naar boven rollen in een genummerd gat.
Het kurkspel (met dobbelstenen): Een complex telspel waarbij een kurk met drie dobbelstenen op het middenacquit staat. Spelers moeten altijd eerst rood raken en kunnen daarna kiezen om de andere bal te raken of de kurk omver te stoten voor de punten van de dobbelstenen (waarbij een 1 telt als 10 punten), mits ze niet per ongeluk de kurk te vroeg of verkeerd omverstoten.
Vestingbiljart: Bedacht in Grave in 2002. Hierbij werd de vestingstad nagebouwd op het laken en moesten spelers de bal door twee specifieke poortjes (de Brugpoort en de Hampoort) zien te spelen.
Bagatelle & Poortjes-bagatelle: Een sjoelbordachtige variant waarbij de speelbal aan het einde van de tafel door specifieke poortjes met verschillende puntwaarden moet worden gestoten.
Biljart Tennis: Een poging om tennis naar de biljarttafel te brengen door het speelveld in te tekenen met potlood, waarbij de keu als racket dient en punten worden geteld volgens de traditionele tennisscore.
Golfbiljart (Tapbiljart): Een in België en Nederlands-Limburg zeer geliefde kroegsport met vijf rode en vijf witte ballen, acht rubberen tappen in het midden en twee gaten als doel aan de korte banden.
Zakkenbiljart: Een historische voorloper met pockets in de hoeken van de tafel. Afhankelijk van welke bal er na een carambole in de zak verdween (zoals bij de vereniging "Zeven is nat"), leverde dat punten op en kostte het de stoter een rondje.
Snooker: Een groots opgeschaald cue-sportspel met een witte speelbal, vijftien rode ballen en zes gekleurde ballen met een vaste waarde. Spelers potten om en om een rode en een gekleurde bal, om in de finale fase de gekleurde ballen op volgorde van waarde op te ruimen.
Pool: Van oudsher Amerikaans en gespeeld op een compactere tafel met zes pockets. Populaire varianten zijn 8-ball (hele versus halve ballen met de zwarte 8 als afsluiter), 9-ball (spelen op volgorde van de laagste genummerde bal) en Straight-pool / 14.1 (zoveel mogelijk ballen achter elkaar potten voor punten).
5-Pins (Goriziana e.d.): Zeer populair in Italië. In het midden van een gewone caramboletafel staan vijf kleine kegeltjes (vier wit, één rood). Spelers scoren punten door via een verplichte stootwissel slim te caramboleren én bewuste kegels omver te stoten.
Kegelbiljarten: Hierbij worden vijf grotere kegels in een kruisvorm op de middenstip geplaatst. Beide spelers gebruiken dezelfde rode bal om punten te sprokkelen door kegels omver te werpen, afgewisseld met reguliere caramboles.
Het Traditionele Spel ('Grondbiljart'): Het biljartspel begon ooit als middeleeuwse buitensport. Om aan de weersomstandigheden te ontsnappen, verhuisde het balspel van het gras naar de tafelhoogte. De sport stamt af van middeleeuwse landspelen waarbij houten ballen met slagstokken door boogjes (hoepels) en tegen palen of koningen werden geslagen. Een prachtig Nederlands overblijfsel hiervan is het beugelbiljarten, dat vandaag de dag nog altijd in onder andere Limburg en Brabant (zoals in Roermond) wordt beoefend en de directe voorouder is van het hedendaagse binnentafelspel.